National Park hoppen

11 januari 2019 - Beechworth, Australië

Na een druilerige nacht is het ‘s ochtends gelukkig droog en kunnen we buiten ontbijten. Omdat het vandaag waarschijnlijk weer gaat regenen bouwen we de camper maar vast om. Bij het wegrijden vergeten we de stroom af te koppelen, de schade valt gelukkig mee. Onze eerste stop is Jervis Bay in Booderee National Park, hier blijken we ineens entree te moeten betalen. Even twijfelen we maar het blijkt een goede keuze om toch maar te betalen. Bij Jervis Bay lopen we over het strand met mooie rots formaties, verder spotten we kookaburas en wandelen we door de bossen. We rijden vervolgens verder naar Govenors Head, vanwaar we uitzicht hebben op Bowen Island. Hier zit een kolonie kleine pinguïns en kun je, als je geluk hebt, zee arenden, dolfijnen en zelfs walvissen zien. Maar dat geluk hebben we dus niet, wel zien we in de verte witte stipjes die als we goed inzoomen inderdaad op pinguïns lijken. De wandeling en het uitzicht zijn prachtig, zeker omdat het zonnetje langzaam weer gaat schijnen (wat veel beter past bij de witte stranden en blauwe zee). We picknicken bij cave beach, waar we weer kunnen genieten van het mooie strand aldaar. Onderweg is er een kleine ophoping van auto’s langs de weg, dit wordt veroorzaakt door een kangoeroe  familie langs de weg. De kangoeroe  zijn absoluut niet mensenschuw, dus kunnen we ze rustig fotograferen. Vanuit hier rijden we naar Murramarang National Park, waar we onze volgende camping geboekt hebben. Het is een mooie camping, waar regelmatig kangoeroes over de camping lopen. Nadat we ons kampement weer hebben opgemaakt,  lopen we nog even naar het strand voor een korte strandwandeling en een verfrissende duik in de zee. Vanavond gaan we weer eens barbecueën, dat toch wel bijzonder blijft in januari. Zeker als we via de Skype met Nynke horen dat er in Europa volop sneeuw valt, al blijft Nederland grijs en miezerig. 

De volgende ochtend zetten we vroeg koers naar Boundra National Park, hier gaan we kamperen in het National Park, dus zonder alle luxe (geen stroom, geen WiFi en geen drinkwater. We slaan dus voldoende eten en drinken in voor de komende dagen. In Durras stoppen we bij een groot winkelcentrum waar ze favoriete supermarkt is gevestigd om inkopen te doen. Daar kopen we ook nieuwe glazen (er is er weer een gesneuveld) en badlakens voor Kim en Sandra, ze waren waarschijnlijk een beetje jaloers op mijn gigantische badlaken. Volledig bevoorraad zakken we de kust af richting het zuiden. In het begin voornamelijk door de bossen, maar langzaam word het landschap opener en worden we getrakteerd op mooie uitzichten. We passeren een oud gouddelvers dorpje, die er heel toeristisch uitziet, maar besluiten hier niet te stoppen. We stoppen een eindje verder in een klein plaatsje Coborga. Aanleiding was een groot bord “ATM inside” langs de weg. We hebben nog cash nodig hebben en behoefte aan een stop. De ATM blijkt niet voor ‘buitenlandse’ kaarten, dus we kunnen niet pinnen, maar drinken wel koffie in een oude treinwagon, die als koffiehuis in gebruik is. We kletsen hier wat Australiërs uit Canberra, die hier ook op vakantie zijn en ons reisavontuur ‘awesome’ vinden. We vervolgen onze route met de uitdaging een benzine station te vinden, de benzine meter komt steeds dichter bij de ‘E’ van empty en ondertussen is ook het lampje in de vorm van een benzinepomp gaan branden. Met een lege tank bereiken we uiteindelijk Bega en kunnen vervolgens op zoek naar een ATM. In de hoofdstraat van Bega zijn verschillende banken, dus geen probleem lijkt het. We kiezen echter de verkeerde automaat en wordt Sandra’s pinpas ingeslikt. Gelukkig is de bank open en de bediende welwillend om de pas te retourneren, ze mag dit volgens protocol niet, maar omdat ze Sandra bij de ATM bezig heeft gezien maakt ze een uitzondering. We hebben de camper toevallig tegenover een zaak geparkeerd die verkeersborden en veiligheidsnormen verkoopt, hier kijken we nog even voor een aanvulling op onze poort collectie, maar vinden niks interessants. We zetten de laatste etappe in naar Bournda National Park en komen rond een uur of twee op onze kampeerplek voor de komende twee nachten aan. Op de camping kun je vuurtje stoken, dus daar hebben we wel zin in. Aan de ingang hebben we gezien dat je brandhout kunt kopen, dus lopen hier naartoe. Op het bordje staat dat we Roger moeten bellen, maar we spreken de wat oudere man aan die naast de kruiwagen met brandhout een boekje zit te lezen aan, in de veronderstelling dat dit wel Roger zal zijn. Het is Roger niet, maar hij wil wel het brandhout verkopen, hij is vrijwilliger in dit National Park. Een kruiwagen kost 25 dollar, maar hij wil op ons verzoek ook wel een halve verkopen. We hebben maar 10 dollar gepast, dus haalt hij wat blokken hout uit de kruiwagen, zodat we deze voor 10 dollar mogen meenemen. Uiteindelijk is de kruiwagen nog voor 75 procent gevuld (hij vond eigenlijk 25 dollar ook wel prijzig). Als we de houtblokken bij de camper hebben gedumpt, gaan we een stuk wandelen in het park. We lopen eerst naar het Wallagoot meer, waar we in de verte pelikanen zien. We lopen langs het meer om wat dichter bij de pelikanen te komen. We komen niet heel dichtbij, maar kunnen wel wat mooie plaatjes schieten. Daarna lopen we naar Wallagoot beach, een mooi uitgebreid strand, die op dit moment geheel verlaten is. We besluiten niet via het strand naar Bournda beach te lopen, het is al zes uur en dan wordt het misschien wat laat. We lopen via een klein bospad naar Bondi lake, deze blijkt niet op maps.me te staan, dus hopelijk gaat het allemaal goed. We lopen door een dichtbegroeid bos, die er onder de boomtoppen zeer droog  en doods uitziet. Uiteindelijk komen we bij Bondi lake en spotten we onze eerste kangoeroe , het is een vluchtige ontmoeting want deze hupt zich snel uit de voeten. Onderweg terug wordt ik aangevallen door een groot insect, een soort tor. Gelukkig geeft die de strijd uiteindelijk op en laat me verder met rust. Eenmaal terug op de camping  zien we twee kangoeroes vlak bij de camper, we zullen de rest van de avond regelmatig nog Kangoeroes spotten. We maken een lekker kampvuurtje en genieten van de rest van de avond.

De volgende ochtend is het al weer tijd voor het volgende nationale park, Ben Boyd National Park. Onderweg stoppen we we bij een Woolworth om onder andere een nieuw WiFi abonnement te kopen. Bij het uitstappen, stapt er ook een gigantische spin uit de camper. Normaal zijn we niet zo bang voor spinnen, maar hier moet je toch voorzichtig zijn. We proberen hem van de verjagen, maar  ondanks dat de hem niet meer zien zijn we niet zeker of het gelukt is. Na wat gezoek scoren we toch weer een WiFi pakket voor maar 15 dollar, waarmee we de rest van de reis kunnen internetten (en bellen als nodig). Het Ben Boyd National Park valt wat tegen, al begint het veel belovend. We spotten een grote hagedis, waarvan we nog niet exact weten welke het is. Maar verder komen we geen spannende beesten meer tegen en het uitzicht bij de Pinnacles is weliswaar mooi, maar als hoogtepunt van de dag toch wat mager. We proberen dit nog te overtreffen door naar boyd’s tower door te rijden, maar ook deze blijkt geen topper. Ondertussen dreigt in de verte al het aangekondigde onweer, dus geen wandelingen meer. Het bezoekje aan Eden, met veel belovende naam, blijkt ook enigszins tegen te vallen. Als we bij de camping terug komen komt de spin weer tevoorschijn op de vooruit, en worden we opgewacht door kangoeroes. Als we op onze plek aankomen blijkt ons tafeltje verdwenen. De spin had een alibi, dus vragen we rond bij onze buren of ze iets gezien of gehoord hebben. Onze buren weten ons te vertellen dat er kampeerders waren die vroegen of we ons tafeltje vergeten waren en of we nog terugkwamen. Zij gaat wel even bij deze mensen langs. Even later komt deze kampeerster met schaamrood op haar wangen het tafeltje terugbrengen, ze schaamt zich kapot. Dit levert wel een interessant gesprek op, met wat goede tips voor in Melbourne (waar ze woont). Ondertussen steken we het kampvuur aan, in de hoop dat het vanavond droog blijft. Dit blijkt ijdele hoop, na een uurtje bij het kampvuur moeten we de camper in.  Om ons avond eten niet te lang uit te stellen rijden we met de camper naar de overdekte picknick plek om daar onze pannenkoeken te eten. Tegen de tijd dat we klaar zijn met eten is de regen ook opgehouden en gaan we weer om het kampvuur zitten, die we ondanks al het vocht snel weer brandend hebben. Die avond zien we naast de gebruikelijke kangoeroes ook nog een possum, de spin hopen we niet meer te zien.
De wekker gaat de volgende ochtend om 7:00, we willen namelijk naar de snowy mountains en daar ook nog tijd hebben even te wandelen. We vertrekken redelijk op tijd. Het is voornamelijk voor de camper een sportieve dag, het is een aardig klim richting de hoogvlakte. Na een uurtje klimmen is het landschap aardig veranderd. We rijden verder door een uitgestrekt heuvelachtig graslandschap. Kooma is onze eerste stop, hier krijgt de camper te drinken en slaan we proviand in voor de komende dagen. Verder bezoeken we het informatie centrum  over het waterkracht project in de snowy mountains. De film is wat saai, maar dat maakt het project niet minder indrukwekkend. We vervolgen daarna onze weg richting Jindabyne.  We kijken hier heel even rond in dit ski dorp, waar weinig te zien is vandaag, dus rijden we snel verder. We zijn redelijk op tijd op de camping in het Kozciuszko National Park, dus we hebben in ieder geval een plaatsje. Deze camping is nog primitiever dan de vorige, er zijn twee wc’s en dat is het. Water moet je gewoon uit de rivier halen. We maken een mooie wandeling en koelen daarna af in de rivier bij de camping. Helaas hebben we geen vuurplekje bij ons plekje, dus geen lekker vuurtje om ons een beetje aan op te warmen, het wordt namelijk wel koud in de loop van de avond.  

Dit keer zal ik de kreek van de week niet vergeten. Al een tijdje geleden kwamen we de mummelgum kreek tegen, die naam is wel een mooie beschrijving van het australisch engels, vaak een beetje binnensmonds met een knauwerige tongval, mummelgum engels dus..
 

Foto’s

5 Reacties

  1. Nynke:
    11 januari 2019
    Heel veel natuur dus! En gelukkig heeft de camper het niet begeven!
  2. Birgit:
    11 januari 2019
    Mooi hoor die natuurparken, klinkt weer goed! En mooie foto’s.
    En fijn dat Sandra haar bankpas weer terug kreeg, is toch vervelend anders.
  3. Astrid Prinsen-Timmerman:
    11 januari 2019
    Jullie zien mooie dingen. En mazzel dat de vrouw van de bank je zag. Je zou toch zeggen als je legtimeert met je paspoort de bankpas wel terug krijgt ook al hebben ze je niet gezien bij de automaat.
  4. Trynke:
    11 januari 2019
    Super mooi allemaal. Kunnen jullie een kaart laten zien welk deel van Australië jullie hebben gezien (en nog gaan bekijken). De namen zeggen me weinig, en ik ben uiteraard te lui om het op te zoeken. Maar ook wel erg nieuwsgierig welk deel jullie nu rondzwerven.
  5. Sandra:
    11 januari 2019
    Trynke, als je bovenin de blog kijkt staan er diverse kopjes. Een ervan in kaart, hierop staat de hele reis weergegeven!

Jouw reactie